Nieuws

Dividendbelasting

19-03-2018 - Bridge Consulting

Dividend roerende voorheffing
 
Meer dan alle andere voorstellen maakte de vermeende afschaffing van de bronbelasting op dividenden een golf in Nederland.
De afschaffing van de roerende voorheffing is echter nog steeds mogelijk, aangezien het inderdaad een wetsvoorstel in het regeerakkoord is van de nieuwe regering Rutte III. Daarom mag Rutte III pas in 2018 starten met de onderhandelingen over de wet. Als de regering tot overeenstemming komt, wordt de bronbelasting op dividenden niet vóór 2019 afgeschaft.
De implementatie van de EU-richtlijn tegen belastingontwijking (ATAD) maakt geen deel uit van het Belastingplan 2018. Naar verwachting zal de Nederlandse regering in het eerste kwartaal van 2018 een formeel voorstel indienen bij de Tweede Kamer.


Dividend roerende voorheffing verplichting
Vanaf 2018 zijn Nederlandse holdings verplicht om bronbelasting te betalen wanneer ten minste 70% van de activiteiten die zij in de afgelopen jaren hebben verricht, activiteiten hebben en zij in het bezit zijn van kwalificerende lidmaatschapsrechten. Samen met de rechten van andere aangesloten leden geeft dit recht op 5% van de jaarlijkse winst of op terugbetalingen in geval van liquidatie. De inkomsten van deze vrij verhandelbare lidmaatschapsrechten omvatten de rente op deposito's, uitkeringen van winsten en vergoedingen voor het door de leden van de holding verstrekte kapitaal.
Bovendien, wanneer zij in het bezit zijn van lidmaatschapsrechten die vergelijkbaar zijn met het in aandelen verdeelde kapitaal, wordt de inhoudingsplicht ook opgelegd aan niet-holdings.
Ten slotte handhaaft het regeerakkoord de bronplicht voor de winst van ondernemingen die fiscale investeringen verrichten, als zij (een deel van) hun winst betalen om organen vrij te stellen. Dergelijke bedrijven kunnen een verzoek indienen om de ingehouden belasting terug te vorderen. Toch moet de regering nog voor deze wet oordelen. De datum van de uitspraak is echter nog niet vastgesteld.

Dividend vrijstelling van inhouding
Integendeel, er is voorzien dat een bronbelastingvrijstelling van kracht wordt op 1 januari 2018 voor bedrijven in derde landen. De vrijstelling is echter alleen van toepassing wanneer het derde land een overeenkomst met Nederland heeft gesloten die betrekking heeft op bronbelasting op dividenden. Daarnaast moet het land van vestiging van de (fysieke) instantie die recht heeft op de winst voldoen aan aanvullende voorwaarden.

Hybride entiteiten
In de toekomst zijn hybride entiteiten ook vrijgesteld van bronbelasting op hun winst. Het valt nog te bezien of hybride entiteiten die in derde landen zijn gevestigd, ook vrijgesteld zullen zijn.
In overeenstemming met de antimisbruikregelgeving zal de Nederlandse belastingautoriteit nagaan of corporaties verplicht zijn om bronbelasting te verdubbelen en de vrijstelling toepassen bij het uitkeren van dividenden aan de gerechtigde buitenlandse instellingen. Als dat inderdaad het geval is, zullen zij de corporaties verzoeken om hun acties binnen een bepaald tijdsbestek te rechtvaardigen. Na deze deadline kunnen bedrijven een standaardboete krijgen van niet minder dan EUR 5.278.
Verder wil Rutte III toekomstige belastingontwijking en -misbruik voorkomen door substantie-eisen op te leggen aan intermediaire bedrijven. Ze moeten rekening houden met voldoende loonkosten en hun eigen kantoorruimte gebruiken. Wanneer een bedrijf niet aan deze voorwaarden voldoet, wordt het als een kunstmatig bouwwerk beschouwd dat is opgezet om belastingen in Nederland te vermijden. Dergelijke kunstmatige constructies en transacties zullen daarom niet worden vrijgesteld van de dividendbelasting, zoals eerder vermeld.

De nieuwe vrijstelling van dividendbelasting:

Naast de bestaande vrijstelling van dividendbelasting met betrekking tot EU / EER-aandeelhouders, stelt de Nederlandse regering voor de vrijstelling van dividendbelasting te verhogen voor dividenden die worden uitgekeerd door Nederlandse bedrijven aan derde landen waar hun niet-ingezeten aandeelhouder een eenheid is die:

  1. houdt een belang van ten minste 5 procent in het Nederlandse bedrijf en
  2. verblijft (voor belastingdoeleinden) in een rechtsgebied dat een belastingverdrag, inclusief een dividendartikel, met Nederland heeft gesloten.

Aan de tweede voorwaarde kan ook worden voldaan door leden / aandeelhouders die hybride entiteiten zijn. Aan de voorwaarde is voldaan als het directe lid / de aandeelhouder van de hybride entiteit individueel in aanmerking zou komen voor de vrijstelling voor inhouding en het inkomen van de hybride wordt opgenomen als inkomen op het niveau van dat lid / aandeelhouder (specifieke vermelding werd gemaakt van Amerikaanse LLC-structuren).
Als het inkomen van de hybride entiteit niet wordt opgepikt door haar lid / aandeelhouder, dan is de vrijstelling niet van toepassing en treedt de situatie terug in de huidige situatie, waardoor de belastingverdragaanvraag de Nederlandse dividendbelasting kan verlagen.