Nieuws

Tax Alert Curaçao Wetsvoorstel Landsverordening reparatie preferentiële belastingregimes

24-01-2019 - Bridge Consulting

We gaan in op het wetsvoorstel Landsverordening reparatie preferentiële belastingregimes dat op 14 juni 2018 is aangeboden aan de Staten van Curaçao. Het wetsvoorstel beoogt wijzigingen door te voeren in de Curaçaose fiscale wetgeving die voor u van groot belang (kunnen) zijn. De Landsverordening wordt naar verwachting nog voor het einde van de maand juni 2018 inhoudelijk behandeld in de Staten. Als alles volgens planning verloopt, zal het wetsvoorstel in werking treden op de dag na die van bekendmaking met terugwerkende kracht tot 1 juli 2018, met uitzondering van de wijzigingen voor de omzetbelasting – deze treden op een later tijdstip in werking. Er zijn beperkte overgangsregelingen voorgesteld.

 

In 2015 heeft de Organisatie  van  Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) de eindrapporten gepubliceerd waarin de maatregelen werden gepresenteerd om winstverschuiving en belasting-  grondslaguitholling (in het Engels: base erosion and profit shifting, oftewel BEPS) tegen te gaan. De BEPS-rapporten bestaan  uit  15 actiepunten met het doel te voorkomen dat  multinationals de belastinggrondslag van landen waarin zij actief  zijn, kunnen uithollen. Meer dan 100 landen, waaronder ook Curaçao, hebben toegezegd om (een deel van) deze actiepunten in hun wetgeving te implementeren. In het rapport bij actiepunt 5 wordt een aantal maatregelen opgesomd die genomen dient te worden om de impact van schadelijk geachte belastingregimes in te perken. Curaçao past als gevolg hiervan  diverse  belastingregimes aan  en komt daarmee haar commitment na om dit soort regimes tegen het licht te houden en waar nodig te herzien.

Hieronder staan wij stil bij de diverse beoogde wijzigingen.

 

Winstbelasting – preferentiële regimes

 

E-zone

 

De e-zone kent momenteel een tarief van 2% over de winst die met buitenlandse handel en dienstverlening wordt behaald. Binnenlandse winst behaald met de levering van goederen en/of het verrichten van bepaalde diensten wordt belast tegen het reguliere winstbelastingtarief van 22%. De wijzigingen voor wat betreft de e-zone zien onder andere op het terugbrengen van de e-zone tot in hoofdzaak een goederenhandelszone. Het is

vereist dat goederen in hoofdzaak naar het buitenland

 

worden verhandeld. Bepaalde dienstverlening, waaronder e- commerce, wordt niet meer toegestaan. Het blijft mogelijk om bepaalde diensten te verrichten in een e-zone, zoals reparatie van of onderhoud aan van buiten Curaçao komende machines of materieel, of diensten te verlenen buiten de e-zone mits daarbij gebruik wordt gemaakt van in de e-zone opgeslagen goederen. Ook de diensten van het veembedrijf kunnen in een e-zone worden verricht. Het tarief van 2% zal daarnaast voortaan voor de gehele winst van een e-zone bedrijf gaan gelden, dus zowel voor binnenlandse als voor buitenlandse winst. Let wel, de beperking tot maximaal 25% activiteiten op de binnenlandse markt blijft gelden. Voor bestaande E-zone vennootschappen wordt een overgangsregeling voorgesteld, zie hierna.

 

Exportregime

 

Het exportregime voorziet momenteel in een verlaagd tarief van momenteel 2,2% voor 95% van de winst, zolang de belastingplichtige zich voor tenminste 90% richt op het buitenland. De overige 5% van de winst is belast tegen het reguliere winstbelastingtarief van 22%. Als gevolg van het reeds aangenomen wetsvoorstel inzake documentatieverplichtingen, is het verstrekken van licenties vanaf 1 juli 2018 niet langer toegestaan voor vennootschappen die gebruik maken van het exportregime. Het exportregime wordt door middel van het onderhavige wetsvoorstel in zijn geheel afgeschaft, al zal er nog wel een overgangsregeling gelden voor bestaande exportvennootschappen (ook de vennootschappen die  zich op 30 juni 2018 reeds bezig  hielden  met  het  verstrekken van licenties), zie hieronder.

 

Overgangsregeling en alternatief

 

Bestaande bedrijven in de e-zone of die een beroep doen op de exportregeling (peildatum 30 juni 2018) kunnen op basis van overgangsbepalingen gebruik blijven maken van de bestaande regeling(en) tot aan het einde van het lopende boekjaar doch uiterlijk tot en met 31 december 2018. Voor wat betreft de exportregeling dient daar bij het indienen van het aangiftebiljet over 2018 expliciet  om  te  worden verzocht.

Bedrijven die niet langer voldoen  aan  de voorwaarden om in de e-zone te kunnen blijven dan wel gebruik maakten van de exportregeling kunnen – wanneer zij uit het buitenland afkomstige inkomsten hebben – overwegen om te kiezen voor een nieuwe vrijstelling voor inkomsten uit buitenlandse winst, zie hieronder.

Uitbreiding vrijstelling buitenlandse winst

De bestaande vrijstelling voor winst behaald met behulp van een in het buitenland aanwezige vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger wordt uitgebreid. Een onderneming die winst geniet die is ontstaan in het buitenland, ter zake van leveringen van goederen of het verrichten van diensten aan afnemers gevestigd of woonachtig buiten Curaçao komt voortaan ook in aanmerking voor de vrijstelling. Ook winst behaald met lokale vermogens- bestanddelen die gebruikt worden voor vorengenoemde activiteiten, worden aangemerkt als buitenlandse winst indien en voor zover deze  diensten en leveringen buiten Curaçao worden genoten.

Voor deze uitbreiding van de vrijstelling geldt dus niet het vereiste dat sprake moet zijn van een buitenlandse vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger.

Let wel, deze nieuwe vrijstelling kan niet worden toegepast voor verzekerings- en herverzekeringsactiviteiten, het optreden als directie van vennootschappen van wie de statutaire zetel of feitelijke leiding in Curaçao gevestigd is en andere dienstverlening ter zake  van  het  trustbedrijf, alsmede dienstverlening van notarissen, advocaten, openbare accountants, fiscale adviseurs, inkomsten die genoten worden met het exploiteren van intellectueel eigendom, aanverwante dienstverlening en scheepvaartactiviteiten conform de tonnageregeling.

Verder wordt de vrijstelling op buitenlandse winst uitgebreid met winst behaald met in het buitenland gelegen onroerende zaken. Bij ministeriële regeling met algemene werking kunnen nadere regels worden gesteld hieromtrent.

Vrijgestelde Vennootschap

Verder wordt het regime van de Vrijgestelde Vennootschap aangepast en de naam van dit regime gewijzigd in Curaçaose Beleggingsvennootschap (CBV). De CBV zal niet meer zijn vrijgesteld van winstbelasting, maar zijn onderworpen aan een tarief van 0%, tenzij het gaat om niet-kwalificerende IP- inkomsten of indien niet aan de gestelde voorwaarden voor de CBV wordt voldaan. Dergelijke inkomsten dan wel lichamen zullen tegen het reguliere winstbelastingtarief in de heffing worden betrokken (2018: 22%).

Vanuit de wens te kunnen controleren of de CBV aan de gestelde vereisten voldoet en om desgewenst gegevens te kunnen uitwisselen met het buitenland gaat voor de CBV een jaarlijkse aangifteplicht gelden.

Kredietinstellingen die onder toezicht staan van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten, zoals banken en soortgelijke kredietinstellingen en verstrekkers van bonkredieten aan het publiek worden uitgesloten van de status van CBV.

Een CBV dient, net als de huidige Vrijgestelde Vennootschap, een verklaring van een onafhankelijke

 

deskundige te overleggen waaruit blijkt dat de jaarcijfers zijn goedgekeurd alsmede een bevestiging dat de vennootschap heeft voldaan aan de vereisten die gesteld worden aan een CBV. Belangrijk is verder dat de CBV aan bepaalde (nieuwe) substancevereisten voldoet (zie hierna).

Op basis van een overgangsbepaling zullen reeds bestaande Vrijgestelde Vennootschappen tot en met 31 december 2018 van het huidige regime gebruik kunnen blijven maken. De overgangsregeling zal niet gelden voor bepaalde inkomsten uit immateriële activa.

Inkomsten uit intellectuele eigendom

Intellectueel eigendom kan onder de huidige wetgeving fiscaal gunstig  in  licentie  worden gegeven via de Vrijgestelde Vennootschap of een entiteit in de exportregeling. Deze laatste mogelijkheid zal vanwege de afschaffing van de exportregeling komen te vervallen, maar zowel exploitatie als ontwikkeling van intellectueel eigendom zal straks in de CBV mogelijk zijn.  Dit houdt verband met een nieuwe faciliteit in de winstbelasting die veel gelijkenis vertoont met de Nederlandse innovatiebox. In de CBV zullen kwalificerende IP-inkomsten belast zijn tegen 0% winstbelasting. Dit tarief geldt overigens ook voor kwalificerende IP-inkomsten genoten door reguliere lichamen.

Deze IP-faciliteiten mogen worden toegepast indien en voor zover er voldoende nexus is  met  Curaçao. Dit wil zeggen dat de R&D-activiteiten voor de ontwikkeling van een octrooi, patent of ander recht daadwerkelijk hebben plaats gevonden in Curaçao, dan wel de opdracht tot onderzoek en ontwikkeling ervan aan een niet gelieerde partij is gegeven vanuit Curaçao en dit voor rekening en risico van de Curaçaose entiteit geschiedt.

In tegenstelling tot het bovenstaande lijkt het alsof er geen specifieke nexusvereisten worden gesteld aan IP-activiteiten die worden ontplooid onder toepassing van de vrijstelling voor buitenlandse winst.

Verder dient een ondernemer een verklaring van een bij Landsbesluit aangewezen instelling te overleggen waaruit blijkt dat er sprake is geweest van speur- en ontwikkelingswerk (S&O-verklaring).

Daarnaast zullen nog regels inzake kwalificerende en niet-kwalificerende IP-activiteiten alsook voor de juiste vaststelling van de hoogte  van  de  faciliteit gaan gelden.

Voor ondernemers die minder dan ANG 75 miljoen bruto-voordelen behalen in het jaar en in de vier voorafgaande jaren uit deze immateriële activa  en die in die jaren – al dan niet tezamen met andere tot het concern behorende entiteiten – een netto-omzet van minder dan ANG 500 miljoen behalen, is geen octrooi of ander recht nodig, maar zal een S&O- verklaring volstaan.

Substancevereisten

Ter bevordering van de rechtszekerheid en transparantie worden criteria voorgesteld voor het vaststellen van de minimaal vereiste

 

relatieve substance. Hierbij worden – rekening houdend met aard en omvang van de activiteiten van het lichaam dan wel het concern – eisen gesteld aan de reële aanwezigheid op Curaçao, m.n. voor entiteiten die gebruik maken van een gereduceerd tarief, zoals de CBV, doelvermogens, entiteiten in de e-zone of bij toepassing van de nieuwe vrijstelling voor buitenlandse inkomsten.

Vereist is een passend aantal gekwalificeerde voltijd werknemers die al dan niet in dienstbetrekking zijn, en een passend bedrag aan jaarlijks terugkerende lokale operationele kosten. Het houden van tenminste 50% van de aandelen door inwoners van Curaçao, het hebben van  een  hoofdkantoorfunctie op Curaçao of het regelmatig verhandelen van de aandelen op de Dutch Caribbean Stock Exchange zal naar verwachting en gelet op de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel eveneens kunnen voldoen. Over de substancevereisten  kan voorafgaand zekerheid aan de Inspecteur worden verzocht via een ruling. Een dergelijke ruling zal in overeenstemming met de OESO-richtlijnen worden uitgewisseld met relevante jurisdicties.

Winstbelasting – overig

Transparantie offshore vennootschappen

Op dit moment is het niet mogelijk voor een vennootschap die een beroep doet op de overgangsregeling van het offshore winstbelastingregime of die dat ooit in het verleden heeft gedaan, om te opteren voor de zogenoemde transparante status. Gezien het naderende einde van de overgangsregeling voor het offshore winstbelastingregime, zal het mogelijk worden om bij aanvang van een nieuw boekjaar te opteren voor de transparante status, onder de voorwaarde dat aan alle overige eisen daartoe wordt voldaan en mits de aandeelhouders natuurlijk personen woonachtig zijn binnen Curaçao dan wel de activiteiten een vaste inrichting in Curaçao vormen.

Omzetbelasting

Er wordt gekozen voor een ander systeem bij de heffing van omzetbelasting ingeval van leveringen van goederen en diensten aan het buitenland. Op basis van het wetsvoorstel zal de levering of dienst door een ondernemer die op Curaçao woont of op Curaçao gevestigd is in beginsel onderworpen zijn aan omzetbelasting. Het maakt niet uit of de levering of dienst wordt verricht ten behoeve van een binnenlandse of een buitenlandse ondernemer. In beginsel zal voor deze buitenlandse leveringen en diensten een lager tarief van 3% gelden.

Tot slot wordt er een mogelijkheid tot verrekening verleend aan ondernemers die zowel binnenlandse als buitenlandse activiteiten verrichten. Kort gezegd kan de omzetbelasting die verschuldigd is op binnenlandse leveringen en diensten in mindering worden gebracht op het bedrag aan omzetbelasting dat verschuldigd is met buitenlandse leveringen en diensten in hetzelfde tijdvak.

Het wordt daarnaast niet wenselijk geacht om de vrijstelling van omzetbelasting op invoer van handelsgoederen voor uitslag van handelsgoederen uit een e-zone naar een entrepot te handhaven.

Kortom, ondernemers die goederen uitslaan vanuit een e-zone naar een entrepot worden niet langer vrijgesteld van omzetbelasting. De invoer vanuit een e-zone zal steeds worden belast naar het hoogste

tarief van de omzetbelasting, te weten 9%.

 

 

Indien u naar aanleiding van het voorgaande vragen dan wel opmerkingen heeft, kunt u altijd contact met ons opnemen via

 

Drs. Paul G.E.M. Smeets

Management, Finance and Tax Consultancy

paul.smeets@bridgeconsultinggroup.eu